Ringmaat bepalen
Drie eenvoudige manieren om uw ringmaat te bepalen.
1. De vingeromtrek meten
Een draad of een smalle strook papier volstaat:
- Leg de draad om de plek van de vinger waar de ring later komt te zitten.
- Let erop dat de draad ook over de knokkel past.
- Markeer de plek waar de uiteinden elkaar raken.
- Meet de lengte met een liniaal.
De gemeten omtrek in millimeters is uw ringmaat. Meet de draad bijvoorbeeld 56 mm, dan heeft u ringmaat 56 nodig.
2. Een ring opmeten die u al heeft
Heeft u al een ring die goed past, meet dan de binnendiameter:
- Leg de ring op een liniaal.
- Meet de afstand van de ene binnenkant naar de andere.
De gemeten waarde in millimeters is de ringmaat. Is de binnendiameter bijvoorbeeld 17 mm, kies dan ringmaat 17.
3. Een ringmaatsjabloon gebruiken
Voor een bijzonder eenvoudige bepaling kunt u onze ringmaattabel of sjabloon gebruiken. Vergelijk een ring die u heeft met de aangegeven maten, of kijk direct aan de vinger welke maat het beste past.
Tips voor een nauwkeurige meting
Wanneer meten?
De vingermaat kan in de loop van de dag veranderen. 's Ochtends zijn vingers vaak wat smaller dan 's avonds, en ook de temperatuur speelt mee. Onze tip: meet uw vinger meerdere keren op verschillende momenten van de dag en gebruik het gemiddelde.
Welke vinger meten?
De vingers van één hand kunnen verschillende omtrekken hebben. Meet daarom altijd precies de vinger waaraan u de ring wilt dragen.
Welke ringmaat kiezen?
Bredere of opvallende ringen zitten vaak wat strakker dan fijne modellen. In zulke gevallen kan het verstandig zijn een maat groter te kiezen.